Tegelijkertijd duiken we ineen. Valentijn knipt snel zijn hoofdlampje uit. Het is nu hartstikke donker. Muisstil blijven we zitten luisteren naar het kraken van takken. Iets of iemand passeert onze tent.
 | We staan in een bos in de Belgische Ardennen. Morgen gaan we de grens naar Nederland over, dan zijn we precies 100 weken onderweg geweest. |  | In al die tijd is alles altijd goed gegaan, zou er deze laatste nacht dan toch nog iets naars gebeuren? Even voelt dat als een soort natuurwet. Alles kan immers niet alleen maar goed gaan, toch? En zo jaag ik nog wat extra adrenaline door mijn lijf. |  | We wachten af, maar er gebeurt niets. Uiteindelijk vallen we toch in slaap en serveert Valentijn om 5 uur 's ochtends gewoon weer koffie in de tent, zoals hij dat de afgelopen dertien dagen steeds deed. |  | Met een enorme big smile rijden we een paar uur later het groene, platte, regenachtige Nederland binnen en zeggen iedereen gedag die we tegenkomen. In het Nederlands! |  | Wat is het fijn en raar tegelijk om terug te zijn. Het voelt zo vertrouwd alsof we hier gister nog rond fietsten. |  | En dat gevoel blijft, ook als we onze lieve familie omhelzen... |  | ...en knuffelen. |  | Bartho van Van der Valk Maastricht ontvangt ons ook met een big smile. Net als op de heenreis mogen de fietsen in de ontvangsthal staan. |  | De dag erna is het nog meer feest, want nu rijden we Eindhoven binnen waar Jana, Monike en Tim op ons wachten. |  | Dan is het ineens 01/10/10. De reden waarom we precies nu terug wilden zijn in Nederland: Seija Irene van der Valk.
|  | Mama Iris en papa Markus...
|
|