13/03/2009 Masnaa Border – BeirutIn een soort roes rijden we door niemandsland. De vertrekbelasting voor Syrië is betaald, maar het visum voor Libanon hebben we nog niet. Zes maanden geleden ‘verzonnen’ we dat dit land in het Midden-Oosten ons doel werd. We gaan naar Libanon, jaja...geen idee wat we ons daarbij voor moesten stellen. En nu zijn we zo dichtbij. Voor het eerst voelen we ons een beetje trots. Jeetje, we zijn echt naar Libanon gefietst. 
Twee mensen komen op ons afgerend, enthousiast zwaaiend. Het zijn Maria en mr. Jihad van Right to Play. Eindelijk ontmoeten we elkaar na intensief mailcontact. Zij lijken net zo blij en opgelucht om ons te zien als wij dat zijn. Ze helpen met het visum en waarschuwen voor wat ons buiten te wachten staat. Het hele Right to Play team is uitgerukt om ons te ontvangen. Een tv-station wil een interview en zal de eerste kilometers richting Beirut filmen. In de hoofdstad wachten ook nog verschillende media op een foto en heet de regiodirecteur in het bijzijn van zijn staf ons welkom als familie. Volgens hem hebben we pionierswerk verricht, hij noemt onze fietsreis een nieuwe manier om te laten zien hoe sport gebruikt wordt voor het leren kennen van nieuwe culturen en mensen. Als we eenmaal op onze, door het Mayflower hotel gesponsorde, kamer zijn, staan we allebei te shaken. We zijn in een wervelstorm beland en dit is alleen nog maar het begin... 14 t/m 16/03/2009 Beirut – Saida (Zuid-Libanon)Opzitten en pootjes geven... Na een relaxed weekend waarin we gewerkt hebben aan de workshops en het bruisende avondleven van Beirut hebben verkend, gaan we vandaag op veldbezoek. Zo kunnen we een indruk krijgen van hoe scholen en andere hulporganisaties gebruik maken van de programma’s van Right to Play. Interessant...behalve dat veel hulporganisaties verbonden zijn aan een politieke partij die dankbaar gebruik maakt van onze aanwezigheid. In de aanloop naar de verkiezingen is iedere vorm van publiciteit van harte welkom. 
Ongewild zijn we overal waar we komen direct het middelpunt. En dus poseren we voor de uitgenodigde media handenschuddend met de voorzitter van de Hariri Foundation, moeten we gezamenlijk taarten aansnijden, krijgen we kinderen in onze armen gedrukt voor een schattige foto en wordt er zelfs ergens een fiets vandaan getrommeld om het beeld maar zo aansprekend mogelijk te maken. Onze lach wordt steeds krampachtiger, hoe ver moeten we hierin mee gaan gaan? Op het moment dat we onze ergernis nauwelijks meer kunnen onderdrukken, focussen we op de kinderen. Hun lach is wel echt. Voor sommigen is het de eerste keer dat ze even uit het Palestijnse vluchtelingenkamp Ain el Helweh zijn. Een plek waar op één vierkante kilometer 70.000 mensen wonen. Daar is geen ruimte om te spelen, zelfs geen ruimte om te dromen. De Palestijnen hebben namelijk niet dezelfde rechten als de Libanezen. De kans dat ze ooit een bestaan buiten het kamp op bouwen, is net zo klein als hun leefomgeving. Zingende stemmetjes begeleid door handgeklap klinkt en de energie van de spelende kleuters verdrijft de sombere gedachten.
En dat is precies wat Right to Play doet: voor even de kinderen, kind laten zijn; ze voor even laten vergeten hoe uitzichtloos hun situatie is. ´s middags staat een bezoek aan Ain el Helweh op het programma. De weg erheen is gevuld met blokkades waar het leger passanten controleert. Tanks, mannen met kalasjnikov en zandzakken vormen hier het straatbeeld. Als we eenmaal voor het hek staan, wordt ons de toegang geweigerd. Waarschijnlijk hebben net ongeregeldheden plaatsgevonden die altijd met wapens worden uitgevochten. En omdat het Libanese leger geen zeggenschap heeft binnen het kamp, kunnen ze onze veiligheid niet garanderen. We rijden een heuvel op voor een blik over Saida en omgeving. Het contrast is groot. De Middellandse Zee met haar resorts in de verte en daarvoor het omheinde en op elkaar gepakte Ain el Helweh: Zo veel mensen met allerlei verschillende denkbeelden zo dicht op elkaar, zonder hoop maar met veel wapens... dat kan toch niet goed gaan. Twee dagen later mogen we wel naar binnen. Langs de smalle zandweg halen gesluierde vrouwen hun sinaasappels, mannen zijn aan het werk in garages, een jongen poetst een vitrine om zijn brood goed uit te laten komen, een horlogeshop opent zijn deuren en in de kleuterschool zijn vierjarigen met bouwstenen aan de slag: ze hebben er kleurrijke kalasjnikovs van gemaakt... 17 t/m 20/03/2009 Beirut – SaidaBallen in de buik. Vaal krijgt bij het ontbijt geen hap meer door zijn keel. Vandaag beginnen de workshops. De ballen worden met de seconde groter. Als we de ruimte binnen komen, zitten daar niet de verwachte jonge, sportieve en gemotiveerde mensen van Right to Play. We treffen de ongeïnteresseerde medewerkers van hun partners aan die vooral gekomen lijken te zijn om hun mening te verkondigen en die is bij voorbaat anders dan wat wij te vertellen hebben... Dat de heftige discussies in het Arabisch plaatsvinden maakt het er ook niet gemakkelijker op. Tegen het middaguur zitten we er allebei al helemaal doorheen. Hoe moeten we deze dag door komen? En dan hebben we nóg drie weken te gaan... Gelukkig is daar de staf van Right to Play. Ze vertalen waar mogelijk, leggen onze strategie uit aan de groep en stellen ons gerust: ze hebben vaker met dit bijltje gehakt. Na een presentatie over onze reis wordt de sfeer iets positiever. Na afloop schrijft iedereen zijn feedback over de dag op een post-it. Conclusie: Werk aan de winkel. Cultuur- en taalverschil maken de workshop zoals wij die in gedachte hadden niet geschikt voor deze groep en tot diep in de nacht herschrijven we het programma. Met resultaat. De presentatie over het organiseren van een sportevenement slaat aan en met steeds meer betrokkenheid wordt aan de spelletjes deelgenomen. Langzaam ontstaat wederzijds begrip. De pijn en de angst zijn hier niet direct zichtbaar. Het moderne leven in Beirut verraste ons: alles is er, van uitpuilende supermarkten tot de hipste kroegen. De 23-jarige Maya vertelt over haar tweede huis in de hoofdstad. Luxe denken wij, tot ze in een ander gesprek bijna huilend vertelt waarom. Tijdens de oorlog van 2006 werd haar ouderlijk huis dat zich dicht bij de grens met Israël bevindt voor de tweede keer gebombardeerd. Direct daarop heeft de familie besloten ook een plek in Beirut te creëren, in het geval het nodig is opnieuw te vluchten. Zo dealt iedereen in deze groep met zijn eigen trauma. Stuk voor stuk hebben ze een manier gevonden om te leven en om te gaan met de continue onzekerheid. Veel praten en hard je eigen mening verkondigen is daar een van. Het begint al bijna te wennen dat we regelmatig gestoord worden door belangrijke mannen in pak die nog even met ons op de foto willen. Als Valentijn na vier intensieve dagen bedankt en gedag gekust wordt door de man die aan het begin van de week de meest negatieve en ongeïnteresseerde houding had, weten we dat het goed was. Wat hebben wij veel geleerd in deze korte tijd! 19/03/2009 BeirutZou je hier een handtekening willen zetten? En mijn naam is Elias. De man voor me is bloedserieus. In zijn handen houdt hij het magazine waarin ons verhaal over twee pagina’s is gepubliceerd. Net zo serieus als hij, zet ik mijn handtekening. Vandaag kijken we nergens raar van op. We bevinden ons in de feestzaal van het Meridien Hotel in Beirut waar zo’n honderd mensen aanwezig. Allemaal gekomen om ons aan te horen. Drie grote tv-camera’s legden zojuist onze binnenkomst vast waarna Haare Excellentie van de Noorse ambassade aan ons wordt voorgesteld. Tijd om echt met haar te praten hebben we niet, want een lifestyle magazine wil een interview. Dan is het tijd om aan de lange tafel met microfoons en glaasjes water op het podium voor in de zaal plaats te nemen. ‘Ons publiek’ gaat ook zitten en wordt stil. Pfff nu voel ik mijn handen toch wel even klam worden. Gelukkig hebben we een powerpoinpresentatie over onze reis als houvast. Na de woorden van de Right To Play regiodirecteur is Valentijn aan de beurt. Alsof hij nooit anders gedaan heeft, staat hij de pers te woord, wat met een applaus wordt beloond. Een aantal mensen staat nog op om lovende woorden te spreken, vooral de bal-estafette vinden ze erg leuk, en vragen te stellen. Terwijl we nog een paar laatste interviews afleggen, stroomt de zaal langzaam leeg. Uiteindelijk blijven we met het personeel van het hotel alleen achter. Verbouwereerd kijken we elkaar aan. Gebeurde afgelopen uur echt in ons leven? Als kleine kinderen proppen we ons vol met de overgebleven hapjes en stappen weer op de fiets. 21 en 22/03/2009 Beirut“Wat vind je eigenlijk van Hezbollah”, vraag ik heel voorzichtig aan Milia, de sprankelende medewerkster van Right to Play die ons afgelopen week zo veel steun gaf. “Laat ik het zo zeggen”, begint ze haar verrassende antwoord. “Ik hang geen enkele politieke organisatie aan, omdat ze allemaal alleen maar op zich zelf gericht zijn. Maar als ik moest kiezen, zou ik voor Hezbollah zijn. Zij staan namelijk nog het meest open voor een ander gedachtegoed.” Het is een van de vele indrukken die we dit weekend een plekje proberen te geven. Het lijkt onmogelijk een waardeoordeel te hebben over iets of iemand. Nieuwe informatie dwingt continu tot het bijstellen van onze mening. Maria neemt ons ‘s avonds mee om van de Libanese delicatesse te genieten. Na het eten doen we nog een wandelingetje door downtown Beirut. Naast de gezellige terrasjes waar mensen aan de waterpijp zitten, trekt een enorme bloemenzee de aandacht. In het midden een grafkist. Hier ligt het lichaam van Rafiq Hariri, de in 2005 vermoorde politicus. Zijn lijfwachten liggen in de kisten achter de zijne, de autobom eiste ook hun levens. Vanaf de foto’s staren hun jonge ogen ons aan. Het proces tegen de plegers van de aanslag vindt op dit moment in Den Haag plaats. We lopen verder. Om de vijf minuten wijst Maria naar gebouwen waar levensgrote portretfoto’s tegenaan hangen. Allemaal vermoorde politici of journalisten. “Na de moord op Hariri hadden we twee zware jaren. Iedere week vond er wel ergens een aanslag plaats, maar dat is nu gelukkig voorbij.” 23/03/2009 Beirut - Tripoli“Niet schrikken, maar ik moet jullie iets vertellen”, terwijl ze de auto start, durft Maria ons niet aan te kijken. We hebben er een drukke dag in het noorden van Libanon op zitten. We kregen een glimp van het leven in het Palestijnse vluchtelingenkamp Beddawi en we hoorden over de oorlog in 2007. De jongens van Right to Play schetsten een beeld van de omstandigheden waarin ze destijds hun werk probeerden te doen. In het nabijgelegen kamp Nahr el Bared vonden de gruwelijke gevechten plaats, waardoor 25.000 mensen naar het één vierkante kilometer grote Beddawi vluchtten. Haar inwonertal werd daarmee in een klap verdrievoudigend. Scholen, moskeeën en straten werden slaapplaatsen en de situatie zeer gespannen. Sport en spel bracht de vele kinderen momenten van verlichting. Na het kampbezoek deden we iets van sightseeing en zagen de prachtige natuur rondom Tripoli. Daarna mochten we ervaren hoe het is om in prime time een live interview te doen in een jongerenprogramma, gevolgd door een live radio-interview... Bekaf moedigen we Maria aan verder te praten. We hebben een vermoeden van wat ze ons wil vertellen... “In het zuiden van Libanon, heeft een autobom vier mensen gedood. De aanslag vond plaats vlakbij de plek waar jullie vorige week waren.” We hadden het al gehoord. En hoewel verschrikkelijk, maakt het ons niet bang. De aanslag was heel doelgericht op een belangrijke man van de PLO. De dag erna blijkt toch dat het ook voor ons gevolgen heeft. De workshop voor komende week wordt afgelast. In het kamp valt het maatschappelijke leven voor drie dagen stil en de ruimte die we tot onze beschikking hadden wordt ingericht tot plek om te rouwen. Hoewel we het erg jammer vinden, biedt het ons ook de gelegenheid om weer even lekker te bewegen. Alle indrukken en het chaotische leven in Beirut begint zijn weerslag te hebben, die zich uit in korte lontjes... Charbel, trainingscoordinator van RtP, nodigt ons bij hem thuis uit, 60 kilometer boven Beirut. Een perfecte fietsbestemming. Terwijl we in alle vroegte langs het blauwe water van de Middellandse Zee trappen, voelen we de rust en ruimte in ons hoofd terugkomen. Charbel neemt ons overdag mee naar verschillende basketbaltrainingen en ’s avonds naar het uitgaansleven. Zijn moeder trakteert ons tussendoor op heerlijke Libanese gerechten. 30/03/2009 Beirut – kamp ShatilaWe parkeren net buiten het vluchtelingenkamp Shatila, voor de ruine van het PLO-gebouw. Dak en muren zijn voor het grootste deel ingestort en alles is inmiddels bedekt met een groene laag mos. Het gebouw is een van de souvenirs uit de burgeroorlog die van 1975 tot 1990 woedde. Andere overblijfselen zijn minder zichtbaar: de trauma's van de getuigen van de massamoorden. In 1982 doodden falangisten drieduizend vrouwen en kinderen in de vluchtelingenkampen van Beirut met, volgens velen, de steun van Israel. Ondertussen manoeuvreren we ons door de smalle straatjes van Shatila. Twee tegemoetkomende auto’s proberen elkaar al tuterend te passeren. Dan stuiten we op een demonstratie. Het is Earth Day vandaag. ‘Met bloed!’ ‘Met ziel!’ ‘Vechten voor ons vaderland!’ De kreten weerkaatsen tegen de muren. En opnieuw gaan de vuistjes de lucht in. Het zijn kinderen van nog geen vijf jaar oud die demonstreren voor het land van hun ouders. De directrice van de kleuterschool die we bezoeken, leidt ons rond. De lesruimtes zijn klein, niet groter dan 12 vierkante meter, en zonder ramen. Zodra we binnenkomen, kijken dertig paar ogen ons aan, even afgeleid van de tekening waaraan ze werken. Op de witte vellen vormen de kleuren rood, groen en zwart de vlag van Palestina. Boven hun hoofden hangen papieren sleutels. “Sommige ouderen hebben nog steeds de sleutel van hun huis waar ze in 1948 uit weggejaagd werden", legt Maher van RtP uit. Hij neemt ons mee naar 'de speeltuin' waarin twee verroestte glijbanen pronken. Tussen weggegooide zakjes chips en ander afval zie ik iets glinsteren. Ik buk om een kogelhuls uit de modder te peuteren... Een van de docenten vertelt ons dat ze deze maand geen tijd hadden voor de spelletjes van Right to Play, te druk met de voorbereidingen van Earth Day en andere zaken. Maher kijkt ons aan. "Right to Play is hier nog lang niet klaar..." 31/03 t/m 03/04/2009 Beirut'U mag nu de bruid kussen.' Lachend kijken we elkaar aan, mag dat hier in het openbaar? De groep heeft ook deze keer de opdracht een evenement te organiseren om zo het geleerde van de afgelopen drie dagen in praktijk te brengen. Ze kiezen ervoor een Palestijns bruidsfeest in scene te zetten. En nu leek het ze leuk als Valentijn en ik het bruidspaar speelden. Wij vinden dat uiteraard ook enig... In tradiotionele kleding en dik in de make-up geven we elkaar opnieuw het ja-woord, wisselen we ringen uit en mogen we eindeloos voor de hele groep de dabkeh dansen. Hoe kan het toch dat dat er zo heel anders uit ziet dan wanneer de Palestijnen op de muziek bewegen? De workshop vond deze week in Beirut plaats. En na de ervaring in het zuiden ging het een heel stuk soepeler met minder slapeloze nachten. Dat de deelnemers van het begin af aan toegankelijker waren (misschien omdat het merendeel vrouwen zijn?) hielp ook mee. Of ze nu geblinddoekt twee touwen als vierkanten in elkaar moesten leggen, of al handenknijpend een signaal moesten doorgeven, aan de spelletjes werd enthousiast meegedaan. Ook het evalueren daarna werd serieus genomen, zowel door hen als door ons. Zo kunnen wij afgelopen weken zo waardevol mogelijk laten zijn. 15/04/2009 BaalbekWij fietsen ook graag”, beginnen Judith en Felix het gesprek. Het Zwitserse echtpaar blijkt in hetzelfde hotel te logeren als wij en zijn bijzonder geinteresseerd in het werk van Right to Play. De volgende ochtend bij het ontbijt spreken we af samen een busje naar Bekkaa Valley te nemen voor een bezoek aan het Palestijnse vluchtelingenkamp aldaar. Christianne, een vriendin van Valentijn, werkt hier voor een project. Een leuke Nederlandse ontmoeting dus in deze vallei, 100 kilometer ten oosten van Beirut, dat tevens de hoofdstad van Hezbollah is en waar het grootste exportproduct hasj is. We combineren het met een bezoek aan Baalbek, een van de belangrijkste steden uit het Romeinse Rijk in het Midden-Oosten. De tempels, gebouwd om te imponeren doen dat 2000 jaar later nog steeds. Steeds meer komen we tot de conclusie dat Libanon de wereld in het klein is. Achttien verschillende religies worden officieel erkend. Van alle vormen christelijk tot alle vormen islamitisch. Politieke partijen zijn er ook genoeg, getuigen de vele huizen behangen met posters van de politieke leiders. Een mening wordt hier niet onder stoelen of banken gestoken. Dat neemt niet weg dat gastvrijheid bij iedere Libanees met een hoofdletter G wordt geschreven. Op verschillende plekken worden we overladen met humus en broodjes falafel. De hoognodige rustpuntjes in deze overweldigende omgeving vinden we vervolgens in de ruige natuur. 19 t/m 22/04/2009 Duiken BeirutBassam laat foto’s van haaien zien. Vervaarlijk dichtbij de lens. Hij heeft ze tijdens een van zijn velen duiken hier voor de kust van Beirut gemaakt. “yeah, they were bold guys”, zegt de duikinstructeur met een schattig libanees accent. Ik zeg dat ik hem vooral dapper vind. Het zijn tijgerhaaien, niet de meest betrouwbare beesten onder water en hun tanden zien eruit zoals je ze van haaien verwacht. “Ach als hij bijt, dan bijt hij”, antwoordt hij schouderophalend. Zonder het door te hebben beschrijft Bassam daarmee voor mij de levensfilosofie van de meeste Libanese jongeren. Leven bij de dag. Stilstaan bij gevaar hoort daar niet bij. Zodra er weer een bom ontploft of een oorlog begint, merken ze het vanzelf wel. Nu is nu. Nu leef ik en geniet ik van de mooie dingen die Libanon te bieden heeft. En die zijn er genoeg! Een van de mooiste grotten ter wereld ligt net onder Beirut. Een bezoek hieraan combineren we met een wandeling door de sneeuw. We zijn net te laat voor een snowboardsessie, sinds Pasen is het skigebied gesloten. Voor ons geen tijgerhaaien bij het duiken in de Middellandse Zee, wel een paar mooie wrakken. Voor het eerst duiken we op een onderzeeer. 
De Souffleur werd tijdens WOII getorpedeerd door de Britten en ligt nu op een diepte van 37 meter. Het water is kraakhelder en het geeft een bijzonder gevoel de smalle submarine te zien liggen wetende dat veertig bemanningsleden met haar naar de bodem zijn gezonken. Het vrachtschip de Alice B werd om verzekeringsredenen net voor het einde van de Libanese oorlog (1990) ‘afgezonken’. Ze ligt erbij alsof ze zo weer weg kan varen. In de tussentijd houden scholen vis haar gezelschap. Als we terugvaren doen we nog een rondje door Raouche, de opmerkelijke boogrots waar de Beirutenaren hun zondagmiddagwandeling naartoe maken. 
23/04/2009 AfscheidContinu sirenes, de straat voor het kantoor van Right to Play is afgezet, in iedere zijstraat staan gewapende militairen. Een colonne zwartgeblindeerde wagens rijdt voorbij. Later zien we op het nieuws dat Hillary Clinton Beirut bezocht. Voor ons is het echter tijd om afscheid te nemen... ...van de mensen van R2P. Op de valreep kunnen we directeur Jihad Haider nog blij maken met het nieuws dat de 10.000 euro die we ingezameld hebben direct naar Libanon gaan. ...van Mustafa, onze ‘privechauffeur’ die ons naar de verschillende kampen bracht en ons iedere dag stipt op tijd bij de workshoplocaties afzette. ...van Sherif de manager van The Mayflower, het luxe hotel waar we zes weken lang voor nop mochten verblijven. Het valt ons echt even zwaar om gedag te zeggen tegen al deze bijzondere mensen. Wel zijn we overtuigd: we komen hier terug! 24 t/m 26/04/2009 Beirut – BatrounAfstand: 64 kilometer Uitgechecked staan we voor het hotel. Valentijn moet alleen nog even drie spaken repareren. ‘Even’ bestaat natuurlijk niet. De reserve spaken die we bij ons hebben, blijken te kort en de fietsenmaker is al dicht... Wat nu? Mr. Jihad van R2P biedt uitkomst. We kunnen de nacht op kantoor doorbrengen en morgen de fiets fixen. Relaxed! Met heel de nacht gratis internet vermaken wij ons wel. En dus fietsen we een dag later naar Batroun, waar we ongeduldig opgewacht worden door Charbel en Grace. Het laatste weekend in Libanon zijn we bij hen thuis uitgenodigd. Vanaf hun iets hoger gelegen woning kijken ze uit over zee met de bergen aan de andere kant. We combineren de nargileh met bier en fool (rauwe tuinbonen) en genieten van de rust. Van het nabijgelegen vliegveld komen het geluid van piepende banden. Als we een kijkje nemen, blijkt een illegale straatrace aan de gang te zijn. Heel jeugdig Batroun heeft zich verzameld terwijl het rubber in het rond spat. Na nog een spelletje pool en een goede nacht slaap, stappen we nu dan toch echt het avontuur weer in. 27/04/2009 Batroun – Al-MinieAfstand: 51 kilometer ‘You look lost. Can I help you?’ uhhm…eigenlijk zijn we op zoek naar twee biertjes verklaren we aarzelend onze zoekende blik. De mannen langs de kant van de weg kijken bedenkelijk. ‘Die ga je hier niet vinden’, antwoordt de man met het Australische accent. ‘Dit gedeelte van Libanon is voornamelijk Islamitisch.’ Hij legt uit dat hij hier geboren is maar sinds 1970 in Sydney woont en nu op familiebezoek is. Als we geen biertjes kunnen krijgen, proberen we het maar met een slaapplek. ‘Kunnen we hier ergens de tent opzetten?’ De neef van de Australier weet wel wat. Hij stapt in zijn auto en wij volgen. Vijf minuten later staan we voor een groot openbaar gebouw, omgeven door groen en met uitkijk op zee. Een klein watervalletje zorgt voor zoet water afkomstig uit de bergen. Tijdens de Syrische bezetting was het een hoofdgebouw van de Syrische Intelligence, nu wordt het gebruikt voor feesten en samenkomsten. De eigenaar wordt opgetrommeld: we mogen binnen slapen en van de keuken gebruik maken. Hij biedt ons zelfs geld aan voor boodschappen, daar gaan we maar niet op in. Met de ramen wijd open en een rode bol die in zee zakt, schillen we de aardappels. Overdag genoten we al van de prachtige kustweg naar het noorden. De bermen volop in bloei, het heldere water van de Middellandse Zee naast ons en de lucht die zindert van de lente... Onze reis naar China is goed begonnen! |  
 








|